Particulieren  >  Therapieën  >  Immuunsysteem

Immuunsysteem

Het immuunsysteem is van levensbelang. Het vermogen van dit systeem om onderscheid te maken tussen voor het lichaam “vriendelijke”en “vijandige” structuren, is de belangrijkste voorwaarde voor onze existentie, ons bestaan. Niet alleen van buitenaf komende, maar ook bepaalde lichaamseigen structuren moeten door het immuunsysteem worden aangepakt, zoals dode cellen als gevolg van veroudering en na een ontsteking evenals de dagelijks voorkomende potentiële kankercellen enzovoort.
Voedingsstoffen en medicamenten echter, moeten, hoewel het lichaamsvreemde stoffen zijn, worden toegelaten, terwijl ziekteverwekkers en ziekte verwekkende stoffen moeten worden vernietigd. Weigert het systeem dienst, dan ontstaan meer of minder ernstige ziektes.
Afwijkende reacties van het afweersysteem kunnen worden onderscheiden in een “te veel” of “te weinig”. Is er sprake van een “te weinig”, dan reageert het immuunsysteem niet voldoende en worden wij ziek zonder daar aanvankelijk veel van te merken. Onze klachten zijn namelijk het gevolg van een actief, ons verdedigend, immuunsysteem. Is de verdediging ontoereikend dan ontwikkelen zich geen of slechts vage klachten. Na verloop van tijd gaan mensen klagen over bijvoorbeeld moeheid, lusteloosheid, slapeloosheid of juist een behoefte aan veel slaap en ’s morgens niet uitgeslapen zijn. Dit zijn meestal tekenen dat er iets niet in orde is en dat onze gezondheid sluipend ondermijnt.
Een overactief immuunsysteem zien we bij bijvoorbeeld allergieën en auto-immuunziekten. Het afweersysteem richt zich bij een allergie zelfs tegen de eigen afweerstoffen die het lichaam heeft gemaakt tegen lichaamsvreemde stoffen. Auto-immuunziekten zijn een ander voorbeeld waarbij het immuunsysteem zich richt tegen eigen lichaamsstructuren. In beide gevallen staat het afweersysteem vijandig tegenover het eigen lichaam.
De natuurgeneeskunde probeert allergie en auto-immuunziekten zodanig te behandelen, dat deze vijandigheid wordt omgebogen. Het levenslang vermijden van bepaalde stoffen, planten en dieren, die allergische reacties uitlokken (antigenen) is een welhaast onmogelijke opgave. Daarbij is het bovendien zo, dat het aantal antigenen zich verder kan uitbreiden en er kunnen ook wijzigingen optreden. Het veel gehoorde gegeven, dat mensen “er overheen kunnen groeien”, blijkt in een groot aantal gevallen het gevolg te zijn van een slechter functionerend afweersysteem. Het immuunsysteem reageert dan niet meer voldoende en er treden geen of geringere klachten op. Tegelijkertijd moet wel worden beseft, dat de kans om ongemerkt een ziekte op te lopen eveneens toeneemt (zie hierboven onder “te weinig”). Bij ouderen komen om dezelfde reden en in de regel geen allergieën meer voor.
Het langdurig of blijvend innemen van het immuunsysteem onderdrukkende medicamenten, zoals antibiotica, cortison, prednison en dergelijke, leidt eveneens tot een geringere activiteit en reactie van het afweersysteem. Behalve de kwetsbaarheid voor andere aandoeningen, geven deze middelen de nodige bijwerkingen. Het is daarom belangrijk om in alle gevallen de noodzaak en zin ervan te overwegen.